De Heineken Ontvoering 9 t/m 30 november 1983



KRO Reporter 16 december 2007

 

De ontvoering

Het is woensdagmiddag 9 november 1983. Freddy Heineken arriveert bij het Pentagon, zijn kantoor aan het Tweede Weteringplantsoen, nummer 5. Heineken is goedgeluimd. Hij komt van een lunch op zijn brouwerij in Zoeterwoude. Daar heeft hij een groep politiemensen en medewerkers van de PTT bedankt voor de arrestatie van een huisarts die hem probeerde af te persen. De man had blikjes bier met vergif ingespoten en ze vervolgens in supermarkten geplaatst. De dokter eiste miljoenen guldens om op te houden. Door zijn telefoon te traceren kon de man worden aangehouden.

Terug op het Pentagon praat Heineken, in de keuken van zijn appartement, nog wat na met zijn nieuwe privé-secretaresse Marieke de Vogel. Even later komen er twee vriendinnen van Heineken bij: Els de Laat en Marjan Alleman. De Vogel vertrekt als eerste. Het is dan bijna zeven uur ’s avonds. Als ze buiten komt ziet De Vogel bij de Cadillac van Heineken zijn chauffeur staan: Ab Doderer. Ze roept: “Ab, ze komen er zo aan hoor!”. De secretaresse loopt de hoek van het gebouw om, de Den Texstraat in. Ze heeft het gevoel dat ze gevolgd wordt en kijkt achterom. Een man loopt een eindje met haar op, maar duikt halverwege de straat het portiek in. Terwijl De Vogel naar haar auto loopt, komt de man het portiek weer uit en loopt terug richting het Pentagon. De man is Frans Meijer (foto rechts). 

Om zeven uur komt Heineken samen met Els de Laat en Marjan Alleman naar buiten. Op dat moment komen de vier ontvoerders op hen aflopen: Frans Meijer, Jan Boellaard, Cor van Hout en Willem Holleeder. Volgens het proces-verbaal wordt Heineken "bedreigd door één van de daders die
op de voetweg stond en een vuistvuurwapen op hen gericht hield. 
Meerdere daders kwamen van beide zijde, over de voetweg, aanhollen. De heer HEINEKEN werd van achteren vastgegrepen en tussen een aantal daders in mee getrokken in de richting van een oranje kleurige Renault Bestelauto […] De heer Heineken riep zijn chauffeur te hulp. Toen deze te hulp schoot werd hij ook vastgegrepen, overmeesterd en in de bestelauto geduwd. Op het moment dat HEINEKEN vastgegrepen werd spoot één van de daders mevrouw De Laat een bijtende vloeistof in het gezicht. Mevrouw Alleman probeerde nog mijnheer Heineken vast te pakken en los te trekken, doch ook zij werd vastgepakt. Zij kreeg een klap in haar gezicht en ook haar werd een bijtende vloeistof in het gezicht gespoten."
 De bijtende vloeistof is traangas en volgens het relaas van Cor van Hout (zie ‘De ontvoering van Alfred Heineken’ van Peter R. de Vries) is het Jan Boellaard (foto links) die het gebruikt. 

De daders gaan er met hun twee slachtoffers vandoor. De dames De Laat en Alleman houden een taxi aan. De chauffeur ruikt het traangas en weigert De Laat mee te nemen (‘je stinkt’) maar zet wel de achtervolging in. 

De huisbewaarder van het Pentagon belt intussen directiesecretaresse Elly van Gaans en vertelt haar over de ontvoering. Van Gaans gaat met haar vriend, een brigadier bij de politie, naar het appartement van Heineken. De politieman brengt vandaar de twee vriendinnen van Heineken met zijn auto naar het politiebureau. De vrouwen zitten zo onder het traangas dat de man tranen in zijn ogen krijgt. 

De daders zijn inmiddels aangekomen bij de timmerfabriek. De taxichauffeur heeft de achtervolging gestaakt nadat Holleeder een pistool op hem richt. Heineken en Doderer worden in de loods in van te voren gebouwde cellen gestopt. Voor Freddy Heineken komt, bizar genoeg, hiermee letterlijk een droom uit. De miljardair had kort te voren aan Els de Laat verteld hoe hij had gedroomd dat hij was ontvoerd. En dat hij in een kleine ruimte gevangen werd gehouden, ergens bij Schiphol. 

 

De ontvoerders eisen bijna 35 miljoen gulden losgeld. Ze willen verschillende valuta’s: Deutsche Marks, Franse Francs, Amerikaanse Dollars en Nederlandse guldens. Volgens het boek van Peter R. de Vries hebben de daders het bedrag bepaald aan de hand van het gewicht van het geld. 

De Heinekenontvoerders zaagden blokjes hout die qua grootte overeenkwamen met een bundel van 200 bankbiljetten. Vervolgens stopten de vijf mannen ieder een postzak helemaal vol met houten blokjes. Dat leverde een gewicht op van 400 kilo, omgerekend bijna 35 miljoen gulden. Daarmee was de losgeldeis bepaald. Want nog meer geld vragen, wat Frans Meijer zou hebben gewild, had geen zin. Het zou niet te tillen zijn geweest. 

Een bedrag van 35 miljoen gulden was voor Freddy Heineken op zich geen probleem. Zowel hij als zijn bedrijf hadden voldoende vermogen om dat bedrag op te hoesten. Echter, geen van beiden had het geld direct cash voor handen. Laat staan in verschillende valuta’s. Het Heineken concern moest het –chemisch geprepareerde- geld daarom betrekken bij de De Nederlandsche Bank. Die eiste echter dat de Heineken NV 35 miljoen gulden als onderpand verschafte. Dat geld moest de brouwerij lenen bij de banken. Volgens een vertrouwelijk rapport van de politie moest de Heineken NV daarvoor 10.000 gulden rente betalen. Per dag. Het bedrijf laat nu in een reactie weten dat uit haar eigen dossier ‘niet blijkt dat dat zo is’.

Het grootste deel van het geld wordt gevonden wanneer een vader met zijn gezin uit wandelen gaat in de bossen bij Zeist. De man ziet twee bundeltjes van 100 biljetten liggen, in totaal 20.000 US Dollar. De man steekt de biljetten snel in zijn jas. Bij het avondeten legt hij het geld op tafel. Het gezin besluit de politie te bellen. Die controleert het serienummer en weet genoeg. De volgende dag gaat een peloton Mobiele Eenheid prikken in de bosgrond en vindt een paar begraven tonnen met geld. Daarin zit 20 miljoen gulden. De overige 15 miljoen gulden zouden de daders onderling hebben verdeeld. De zes miljoen die Van Hout en Holleeder hadden, zijn nooit terug gevonden. 

 

Zie ook: VIDEO DE HEINEKEN KIDNAP TOUR

 

Ook kunt u hier in een rapport van de politie lezen wat ze zelf van haar optreden in de zaak vond.